India (officiële
naam: Bharatiya Ganarajya, of verkort: Bharat [Hindi]),
federatieve republiek in Zuid-Azië, 3!287!263
km2,
met (schatting 1995) 914 miljoen inw. (278 per km2);
hoofdstad: New
Delhi. De naam India (Lat.
en Gr.) is afgeleid van die van de rivier de Indus (resp. Indos),
van Perzisch hind, Sanskrit sindhu (= rivier,
stroom).
Sinds
de onafhankelijkheid (1947) tracht de overheid de economische
ontwikkeling te sturen. Door middel van planning in de vorm
van vijfjarenplannen probeert zij, door actieve deelname, bepaalde
sectoren van de economie te ontwikkelen. De genationaliseerde
sector speelt een belangrijke rol en krijgt ook een groot aandeel
van de overheidsinvesteringen (40% in 1980–1985). Er
is echter geen sprake van een strakke planning en m.n. onder
Rajiv Gandhi (1984–1989) is het aandeel van de overheid
in de nationale economie teruggelopen.
De
vanaf de onafhankelijkheid gevolgde importsubsidie als ontwikkelingsstrategie
heeft halverwege de jaren tachtig plaats gemaakt voor liberalisatie.
Het aandeel van de overheidssector zal volgens het zevende
vijfjarenplan dalen met 5% in vergelijking met het zesde vijfjarenplan.
In de jaren tachtig was er sprake van een geleidelijke groei
van het inkomen per hoofd van de bevolking (1980–1995 een
stijging van 3%). In 1994 was het nationale inkomen per hoofd
van de bevolking $ 310. De inflatie bleef in die periode hoog
(bijna 10% in 1985–1995), maar kon in 1995–1996
tot 8,5% teruggedrongen worden. Hoewel de reële economische
groei in 1988–1989 naar ruim 10% steeg, bedroeg die in
1995–1996 nog maar 4,5%: een teken voor de instabiliteit
van de Indiase economie.Een derde van de bevolking is geheel
of gedeeltelijk werkloos.
Munteenheid is
de rupee, onderverdeeld in 100 paise.
Nationale feestdagen zijn 26 jan.,
de dag van de republiek, en 15 aug., onafhankelijkheidsdag.

|